Volgers

donderdag 1 maart 2012

GEEN DAG ZONDER BACH


Een bescheiden evenement: de opening van het eerste CVA-café in de regio, opgeluisterd door een klein symposium. We wilden als voorzitters iets bijzonders maken van die mooie opdracht.
- CVA: Cerebraal Vasculair Accident ofwel een (kleine of grote) hersenbloeding.
- Het CVA-café: maandelijks kunnen lotgenoten, CVA-patiënten - mantelzorgers - hulpverleners, elkaar in dat ‘café’ ontmoeten.
Toen we hadden ontdekt dat nogal wat dichters en schrijvers ooit getroffen waren door een CVA (o.a. Jan Hein Donner, Rutger Kopland, Max Pam), besloten we om het symposium in de vorm van een literair café te gieten. De inleidingen van de deskundigen  wisselden we af met korte gedichten en verhalen. De teksten werden omlijst door vioolpartita’s van Bach, briljante solo’s van ongeveer één minuut, van de gelijknamige CD van Janine Jansen.
 Zelden hebben we een bijeenkomst geleid waarin de aanwezigen met zoveel aandacht luisterden naar de inleiders, naar onze teksten en naar elkaar.  Vanwege het thema, vanwege de literaire teksten of dankzij Bach?

Een paar dagen geleden hoorde ik tijdens een workshop voor het eerst iets over de Bulgaarse pedagoog en psychiater Georgi Lozanov.  Hij heeft aangetoond dat bepaalde muziek ons in een staat brengt waardoor ons leervermogen significant toeneemt. In die staat produceren onze hersenen alfagolven waardoor we in een wakkere ontspannenheid komen, in een geconcentreerde alertheid.
Vooral instrumentale barokmuziek, zoals bepaalde fuga’s, partita’s en canons van Bach, hebben dat vermogen. De muziek heeft een tempo van ongeveer 60 tellen per minuut, net zoals onze hartslag in ruststand. Lozanov bewees wetenschappelijk dat mensen twee tot vijf keer sneller een vreemde taal leerden als ze tijdens hun studie naar muziek luisterden van Bach, Vivaldi, Pachelbel (van die beroemde canon) of zelfs Mozart.

Het succes van het CVA-symposium was verklaard! Mijn intuïtie en mijn liefde voor Bach (ik kan echt geen dag zonder) waren hand in hand gegaan.
Binnenkort leid ik een conferentie waar een aanzienlijk aantal dominante alfa-reuen worden verwacht. Die produceren een overmaat aan bèta-golven. In bèta-staat zijn mensen gespannen en nerveus, gericht op vechten óf vluchten, en werkt het geheugen minder goed. Allemaal wetenschappelijk aangetoond door Hans Berger in 1924! In die toestand zijn mensen (niet alleen mannen) minder gericht op dialoog; ze volharden in standpunten. Ze onthouden weinig van de informatie van de inleiders en ze vergeten subiet de bijdragen van anderen in de discussies.
Dus mijn aanpak staat vast: geen congresdag zonder Bach. Riekt dat te veel naar een absoluut standpunt? OK, Mozart mag ook.