Volgers

zondag 23 maart 2014

EXPERIMENT MET 'EEN MOOIE JONGE VROUW'

Voor een zondagochtend in maart is de trein van Groningen naar Amsterdam ongewoon druk. Vanuit Groningen ga je echt op reis, van noord naar zuid, oost of west; je bent al gauw twee uur onderweg. Terug nog eens twee uur: genoeg tijd om ‘Een mooie jonge vrouw’ te lezen, het boekenweekgeschenk geschreven door Tommy Wieringa. Op vertoon van de literatuur gratis reizen! Overal om ons heen vouwen mensen het mooi gebonden boekje open, met op de cover een volle rijpe kers.
Tussen Haren en Assen wordt de betekenis van de cover duidelijk. Pagina 11: “Op de oever vouwden ze een plaid uit en hieven hun gezicht naar de late zon. Achter hen was een kersenboomgaard met groene netten overtrokken.’ … ‘Kom’, zei ze, ‘we gaan kersen kopen. Ze droeg een wit katoenen jurkje, haar benen waren bruin’… ‘Edward kocht een pond kersen. Ze waren knapperig en zoet, het voorjaar was warm en droog geweest. Ze wandelden terug naar de stroom en spuwden de pitten zo ver weg als ze konden.”

Mijn vrouw en ik zitten tegenover elkaar. We hebben allebei een boek en beginnen gelijktijdig te lezen. Om ons heen in het rijtuig: twee oudere mensen – waarschijnlijk een echtpaar, een lange jongeman met basketbalpet, een meisje van misschien Molukse afkomst, een man en een vrouw van middelbare leeftijd – vast ook een echtpaar. Achter ons wat studenten, een paar vriendinnen, een jonge manager of een soort vertegenwoordiger, een ernstige onderwijzeres. Het is stil in de stiltecoupé met zeker veertig reizigers. Op gepaste wijze komt de conducteur zachtjes binnen. De passagiers zwaaien hem toe met ‘Een mooie jonge vrouw’.

“Later, als hij in haar binnengedrongen is en op zijn armen steunt, kromt ze zich onder hem. Hij stoot in haar, ze lacht en zegt ‘ben je daar eindelijk’. Haar ervarenheid verrast hem, hij is vergeten dat mensen van haar leeftijd alles al weten.”
Pagina 13. Ik kijk op van mijn boek. De trein zoeft langs de meanderende Drentse Aa en langs de chique golfbaan van Glimmen. Op dit moment lezen tientallen mensen tegelijkertijd deze zinnen. Mooie zinnen, opwindende zinnen? Kan ik aan de gezichten van mijn medepassagiers zien wat ze lezen en of ze er warm van worden?
In Zwolle stappen wat mensen uit en komen er nieuwe literatuurliefhebbers bij. Ergens tussen Zwolle en Lelystad zijn we te weten gekomen dat Ruth maar niet zwanger werd omdat slechts vijfendertig procent van het zaad van Edward levensvatbaar was.
“In de parkeergarage streek ze met haar wijsvinger over zijn kruis en zei: ‘Een Trabantje, schat?” Glimlachend kijk ik rond: bij hoeveel medereizigers herken ik deze ironie op hun gezicht? Een paar regels verder op bladzijde 48: “Plicht sloop hun seksleven binnen. Ze vrijden met ongemakkelijke lichamen, Ruth hield bij wanneer het moest.” Wat vindt de ernstige onderwijzeres hiervan?
Het oudere echtpaar zit nog bij ons in de trein. Hun ogen zijn gericht op het boekje, ze geven elkaar geen enkel teken van herkenning.
Of zitten we nu allemaal op andere bladzijden, afhankelijk van de leessnelheid? Ik kijk naar mijn vrouw, maar ik kan de paginanummering niet goed zien. Ik vraag het haar. Ze zit op bladzijde 45 waar Ruth opeens zegt: “Ed, ik wil misschien wel een kind”, waarop Edward na een korte stilte reageert met “Daar was ik al bang voor.”

Simultaan lezen. Samen met onbekende mensen tegelijkertijd een prachtig, spannend en af en toe opwindend boek lezen. Een unieke situatie, iets voor een wetenschappelijk experiment, financieel mogelijk gemaakt door de NS, de CPNB en de Bezige Bij. Slechts één keer per jaar uitvoerbaar op de zondag na de Boekenweek.
Ik ben begonnen met het bestuderen van gezichten en ik zou graag verder willen gaan.
Ik zou het lezen als een dromerige coupé-voorzitter willen leiden. Ik zou de literaire ervaring van de jongen met de basketbalpet ter plekke willen confronteren met de fantasie van de twee vriendinnen. Ik wil het oudere echtpaar en het echtpaar van middelbare leeftijd met elkaar in contact brengen: wilt u elkaar om de beurt de mooiste zin voorlezen?
En dan zou ik bijvoorbeeld aan het Molukse meisje willen vragen om de passage onderaan bladzijde 54 hardop voor ons te reciteren, op het ritme van de trein die langs de Oostvaardersplassen scheert. Ga maar in het middenpad staan, meisje. Lees allemaal even mee, dames en heren, over het vreemdgaan van Edward tijdens de zwangerschap van Ruth.
"Toen ze zijn voeten masseerde, begon hij te huilen. Niemand had zijn verwaarloosde voeten ooit zo aangeraakt. 'In je voeten komen heel veel meridianen samen,' zei ze. En: 'Volgens mij ben je veel gevoeliger dan je zelf denkt.'"
Hardop voorlezen? Daar krijg je problemen mee in een stiltecoupé.


Zondagavond om tien uur zijn we terug in Groningen. We hebben ‘Een mooie jonge vrouw’ uit. We hebben, in dezelfde coupé, elk onze eigen literaire reis gemaakt, naar  onze eigen richting en bestemming. Tommy Wieringa was onze fantastische conducteur.

zondag 23 februari 2014

ZACHT EN MOEDIG: LEO VROMAN EN ELS BORST


“Ik vind het een vreemd gevoel dat ik misschien voor het laatst gestemd heb. Dat vind ik dramatischer dan het doodgaan zelf”
Gisteren, 22 februari, overleed Leo Vroman, de grote zachtmoedige dichter, 98 jaar oud.
“Ik ben er gewoon nieuwsgierig naar. Want ik ben nog niet dood geweest”

Een paar keer heb ik als voorzitter van een conferentie een gedicht van Leo Vroman voorgelezen. Leo Vroman: Liefde voor taal en Liefde voor mensen. Vanuit mijn opvatting over voorzitterschap vond ik het mooi om zo’n serieuze bijeenkomst juist met poëzie van Vroman te verlevendigen en te verdiepen. En ik voegde er nog een muzikale parel van Bach aan toe*.

MENS 

Mens is een zachte machine
een buigbaar zuiltje met gaatjes,
propvol tengere draadjes
en slangetjes die dienen
voor niets dan tederheid
en om warmer te zijn dan lucht.
Och, hij heeft ademzucht
en hart-arbeid.
God behoede de mens
en geve hem een zoen:
er is verder niets met hem te doen.
Streel zijn zoete pens,
want mens is een zachte machine,
een ingewikkeld liefje.
Verzilver zijn statiefje,
leid hem in een vitrine,
doe bij hem een lichtje aan.

Loop zachtjes om hem heen en
ga elders om hem wenen,
maar laat hem staan.

Leo Vroman was al in de tachtig toen hij zijn veertien Psalmen dichtte. Daarbij richtte hij zich niet tot een almachtig opperwezen, maar tot het enige dat wij mensen kunnen ontdekken in het universum: Systeem. Met een eerbiedige hoofdletter! Want zoals Spinoza al stelde: God en de Natuur zijn aan elkaar gelijk.

Psalm I

Systeem! Gij spitst geen oog of baard
en draagt geen slepend kleed;
hij die in U een man ontwaart
misvormt U naar zijn eigen aard
waar hij ook niets van weet.

Systeem, ik noem U dus geen God,
geen Heer of ander Woord
waarvan men gave en gebod
en wraak wacht en tot wiens genot
men volkeren vermoordt.

Systeem! Lijf dat op niets gelijkt,
Aard van ons hier en nu,
ik voel mij diep door U bereikt
en als daarvoor mijn tijd verstrijkt
ben ik nog meer van U.

Twaalf dagen geleden kwam Els Borst om het leven. Zij was tot 2002 de zachtmoedige minister van Volksgezondheid, zacht en zeer moedig: mens is een zachte machine.
Els Borst: wijs en waarlijk democratisch, tolerant en geduldig, net als Leo Vroman gedreven door Liefde voor taal en Liefde voor mensen. Els Borst: in alle opzichten het tegendeel van het doodarme populisme van LPF en PVV. Met geweld is zij, dat ingewikkeld liefje, na 81 jaar zomaar tot stilstand gebracht. Schokkend, intens verdrietig.
De laatste vier regels uit Psalm II draag ik op aan haar en aan Leo Vroman zelf:

Zult Gij ooit zijn waar ik U prijs
in alle richtingen op reis
dan bid ik U te doen alsof
mijn stof mag paren met Uw Stof.




* Potentiële opdrachtgevers, op zoek naar een dagvoorzitter of gespreksleidervoor een conferentie of het leiden van een managementbijeenkomst zonder poëzie of muziek kunt u beter iemand anders zoeken. Ik ben nu eenmaal een zachte machine, ik ben geen snelle jongen, ik ben een Senior.

zondag 19 januari 2014

HET TOSCANE VAN HET NOORDEN

“Kom jij uit Groningen? Dat is niet aan je te horen”
Dit ‘compliment’ heb ik vaak moeten incasseren.
Mijn reacties waren óf zouteloos slap (“Denk je echt dat alle Groningers, meer dan een half miljoen mensen, plat praten?” - “De meeste Groningers spreken Algemeen BESCHAAFD Nederlands, hoor”) óf treurig defensief (“Ik ben ook geen echte Groninger, ik woon hier pas vanaf 1982” – “Mijn vader is in Groningen geboren, ik ben dus maar een halve Groninger”).
Mijn vader, geboren in de Singelstraat in Groningen, een Stadjer dus, schaamde zich het grootste deel van zijn leven voor zijn Groningse tongval. Hij heeft ons in Utrecht en Den Haag, samen met onze Utrechtse moeder, bewust opgevoed met zo smetteloos mogelijk ABN. Zelfs als we met het gezin op bezoek waren bij onze rasechte Groningse grootouders en bij onze ooms en tantes, begenadigd met het zangerige Stads-Gronings, volhardde mijn vader in zijn neutrale braaftaal.
Ik weet dat er veel Groningers waren, en nog steeds zijn, zoals mijn vader: té bescheiden, té vaak schaamtevol over hun Groningse wortels, bang om vanwege hun taal als achterlijk en boers weggezet te worden. Mensen uit ‘Holland’ lachen ons nog steeds uit met hun mislukte imitatie: Maatsienietsoor’n ha, ha. Het is de vraag of er echt zoiets als Randstedelijke arrogantie bestaat, maar veel Groningers zijn er wel bang voor.

In 1982 zijn mijn vrouw en ik met onze kinderen vanuit Utrecht naar Groningen verhuisd. Mijn ouders, in de zeventig inmiddels, kwamen vanuit Den Haag graag logeren in onze oude pastorie, midden in het dorp. Pas toen heeft mijn vader zijn schaamte voor het Gronings langzaam afgelegd. Op een dag hoorde ik hem op het tuinpad met onze bejaarde buurvrouw praten: in volleerd Gronings, stoer en plat. Daarna ging hij vaak naar onze dorpskapper: niet vanwege de moderne coupe maar om Gronings te praten met de wachtende klanten en de kapper. De schaamte voorbij… Hij voelde zich veilig, hij durfde weer trots te zijn op zijn Groningse taal en cultuur. Zo werd hij ook lid van de Stichting Oude Groninger Kerken (www.groningerkerken.nl), die ruim zestig (vooral middeleeuwse) kerken met liefde beheert en helpt restaureren.
“Groningen”, zei mijn vader wel eens pathetisch, “is het Toscane van het Noorden. Niet zo erg hoor dat bijna niemand dat weet. Want dan blijft het lekker rustig.”
(Een even vooruitziende als bizarre vergelijking, denk ik nu. Nog steeds hebben die Italianen, alle beloften van Berlusconi ten spijt, het puin van de Toscaanse aardbevingen in de Abruzzo van 2012, L'Aquila van 2009, Assisi van 1997 en 1993 niet of slechts ten dele opgeruimd... De bevolking van Middelstum en Bedum in tentenkampen? Rutte belooft dat er snel verbetering komt...)

We hebben met onze aardgasmiljarden de verkeersinfarcten van het overvolle Westen van Nederland opgelost met zes-baans autowegen, hoge snelheidstreinen, goederenspoorlijnen, landingsbanen en havens, terwijl er nauwelijks werd geïnvesteerd in de zieltogende economie van ons Groningerland. Nu staan veel van onze huizen en onze eeuwenoude kerken te scheuren door de aardbevingen.
Maar het allerergste: we werden door ‘Den Haag’ en door de Randstad niet serieus genomen. Eerst werden we voorgelogen en bedrogen, daarna uitgelachen als cultuurloze boerenpummels die niet eens fatsoenlijk Nederlands kunnen praten. Kleinzielig zijn we niet, maar dát heeft ons Groningers diep in ons hart gekwetst
Wellicht hebben we onszelf in de hoek gezet, wellicht hebben we ons veel te lang geschaamd en met de pet in de hand om geld en erkenning gevraagd.
Maar nu weet ik zeker dat mijn vader (God hebbe zijn ziel)  ‘Groningers in Opstand’ gesteund zou hebben. Hij zou onmiddellijk de petitie ondertekend hebben:
KOP D’R BIE EN D’R VEUR!