Volgers

vrijdag 28 september 2012

OVER HET UITLATEN VAN MIJN HOND EN ANDERE HAASTVERSLINDENDE ACTIVITEITEN


Eén grote ergernis, die hond van mij: snuffelen bij elk piespaaltje, zeiken tegen elk muurtje, debiel voor zich uit staren op elk grasveldje, gierend aan de riem trekken in het zicht van elk hondachtig mormel, om aandachtknuffels zeuren bij elk oud vrouwtje. Maar ik heb haast. Hij pikt mijn tijd in.
Maar als ik Ayke het tempo laat bepalen, geniet ik van de langzaam invallende herfst met de geur van het najaar in de bomen, de vijver die weer helder wordt nu het eendenkroos oplost na de eerste nachtvorst.
Het kost mij moeite om mijn tijd en tempo af te staan, maar Ayke mijn hond is zich nergens van bewust en talmt en talmt en talmt.

Het vrijwilligerswerk in het Hospice kent drie shifts: de drukke ochtend met veel verpleegkundig en huishoudelijk werk, de actieve middag met voorbereidingen voor het eten, de rustige avond. Ik doe vooral avonddiensten, want overdag ben ik zo druk als een kleine voorzittersbaas maar kan zijn.
De avonden zijn vaak saai. Doodzieke mensen slapen meestal al vroeg. Ik wil zo graag iets nuttigs doen, iets hulpvaardigs, iets betekenisvols: een troostend gesprek voeren met een stervende, iemands lippen bevochtigen, een nabestaande ondersteunen.
Het is stil in het Gasthuis. De vaatwasser wacht om uitgeruimd te worden, de warme slopen en handdoeken wachten om opgevouwen en gestreken te worden, de vuilnisbakjes om geleegd te worden in de container…
Terwijl ik strijk, verstrijkt de tijd. Ik herinner mij een zin van de dichter Jean Pierre Rawie: “Door stervenden omgeven schuif ik mijn deadline voor mij uit”.

Eén of twee keer per jaar ga ik een paar dagen naar de Benedictijnenabdij in Chevetogne, in de groene heuvels van de Belgische Ardennen. De aangename rust in dat klooster, de prachtige gezangen van de monniken, de ontmoetingen met monniken en met gasten: ik voel me thuis in deze sfeer.
Er heerst een andere tijd. Ik neem direct het tempo en de dagorde van het klooster over: dat heeft een helende uitwerking op mijn geest en lichaam.
In het boek ‘De Celestijnse Belofte’ rent de hoofdpersoon in hoog tempo van het eerste inzicht naar het tweede spirituele niveau, naar de derde tot en met tiende topervaring.
Bij de Benedictijnen is er maar één niveau: het beginnersniveau, en er is slechts het langzame tempo, van dag tot dag, waarin we oefenen in spiritueel verbetermanagement.
Dat troost mij. De regel van Benedictus is een leefregel voor beginners.

Met moeite sta ik mijn tempo en tijd af. Ik sta te popelen om zinvol te zijn. Ik wil een steeds hoger niveau bereiken.
Maar volgens de Benedictijner leefregel zou ik niet alleen op tijd met de dingen moeten beginnen, maar vooral op tijd moeten stoppen. Maar ook gisteren zat ik weer tot half één ’s nachts voor mijn computer. Om dit zinvolle stukje over rust te schrijven.

Kom op 18 oktober, over drie weken naar 'HERNEEM DE TIJD - FESTINA LENTE' ons bijzondere festival over werkdruk en tijdsdruk, stress en rust, slow en fast, in de prachtig gerenoveerde Melkfabriek in Bunne (Dr.) Er zijn nog een paar plaatsen. Mail je naam en adres naar info@werkbeter.org
Meer informatie op http://devoorzitters.nl/8-nieuws/59-herneem-de-tijd-festina-lente

maandag 17 september 2012

MIJN ÜBER-RATIONELE EN BEKROMPEN KIJK OP KUNST EN NATUUR

Tussen Keulen (48 km.) en Parijs (480 km.), omringd door het weelderige oeverbos van het riviertje de Erft, ligt Museum Insel Hombroich. Onverwacht, op een stille nazomerdag in september, ben ik daar op zachtmoedige en tegelijk hardhandige wijze geconfronteerd met mijn bekrompen, eenzijdige en über-rationele visie op Natuur en Kunst.

Elk klein en elk groot natuurmonument, waar ook in Nederland, is bewegwijzerd met onderwijzende teksten op rustieke tableaux. Die borden en panelen oefenen een magische aantrekkingskracht op mij uit: "Ai, het blauwgrijze purperklokje bloeit hier in het voorjaar! Inderdaad, wat is het hier prachtig en schitterend!" Zonder deze verklaringen vind ik het landschap nogal gewoon. Maar dankzij die explicatie pak ik mijn fototoestel, zodat ik later beargumenteerde adviezen aan vrienden en kennissen kan geven om ook eens te struinen door de Zeewaardse Wielen in Wapsermade.
In elk klein en groot museum, waar ook in Nederland, worden kunstwerken begeleid door fraai vormgegeven tableaux met onmisbare informatie: over de kunstenaar en diens geboorte- en sterfjaar, de titel van het schilderij of het beeld, de stijlperiode, de betekenis, de vergelijking met andere werken. Meestal zet ik eerst mijn leesbril op om die teksten door te nemen, dan pas doe ik een stap achteruit om het schilderij te bekijken: "Ja ja, dat dacht ik al, Yves Klein, die kleur, dat blauw, geweldig!" Vaak pak ik mijn fototoestel, zodat ik later beeldende adviezen kan geven aan vrienden en kennissen om ook naar het Stedelijk in Stadskanaal te gaan.

Museum Insel Hombroich, een volkomen unieke museumervaring. In het landschap langs de rivier, op een oppervlakte van 14 hectare, staan kleine en grote rechthoekige paviljoens, van buiten baksteen, van binnen wit gepleisterd, waar hedendaagse kunst is tentoongesteld in harmonische en soms schrille combinaties met oorspronkelijke objecten uit Afrika, Azie, Oceanie en Zuid Amerika.
Je wandelt door een rijk landschap, met arcadische vergezichten en intieme doorkijkjes. Overal staan bijzondere planten en bloemen, oude platanen en lanen met tamme kastanjes. Je loopt langs meren en moerassen, waar vreemdsoortige eenden dobberen en een soort otters zwemmen. Maar nergens staat een bordje, niets wordt uitgelegd. Je voelt dat je in een unieke biotoop bent, maar je weet niet waarom. Het maakt me onzeker. Zijn dat wel otters? Hoe oud zijn die platanen? Wat zijn dat voor grote lila bloemen?

Je krijgt een plattegrond van het park mee, met wat summiere informatie over de kunstverzamelingen in de paviljoens. Maar geen bord, geen paneel, geen video, geen woord. Waar is die Matisse? Zijn dat beelden uit Azie en waar dan in Azie of is het toch moderne kunst? Een beeld van Arp, een vreemd apparaat van Schwitters? Is die stoel van Breuer? Komt die zetel uit Afrika? Er schijnen schilderijen van Fautrier te hangen, nooit van gehoord. Moet ik dat mooi vinden? En Tadeusz, is die beroemd? Maar gelukkig ontdek ik opeens de signatuur van de Meester onder deze prent: Rembrandt!!! Ik herken godzijdank de afkorting GK: een echte Gustav Klimt!!! Beroemd, dus mooi...

Even ben ik bang om als een snob door de mand te vallen. Ik moet mijn ratio uitzetten, mijn bekrompenheid afleggen. Maar dan lukt het me om ongeinformeerd door de natuur te wandelen en onbevooroordeeld kunst te beleven. Helemaal niet moeilijk, zeer bevrijdend, nieuw...
Ik vertaal de tekst in de folder van Museum Insel Hombroich: "Dit is geen conventioneel Museum met didactische aanwijzingen. De bezoeker wordt uitgenodigd om van zijn eigen waarneming en oordeel uit te gaan. En daarom ontbreekt er ook in het park bewegwijzering en informatie over flora en fauna."

Tussen de middag rusten we even uit in het restaurant. Op lange tafels staat heerlijke soep, voortreffelijk brood, fruit, geurige thee. Nergens een prijskaartje. Ik informeer voorzichtig... "U hoeft hier niet apart voor te betalen, het is bij de toegangsprijs voor het museum inbegrepen. Maar als u onze spijs en drank waardeert, mag u uw gift achterlaten in een van de mandjes".
Waardepaling achteraf.

Dit keer geen plaatjes bij mijn tekst, geen verwijzing naar een website. Zoek het zelf maar uit.