Volgers

dinsdag 29 december 2015

DE PAUS EN PRINS CLAUS

Vorige maand was het groot nieuws dat de Utrechtse daklozenkrant STRAATNIEUWS een exclusief interview had met de Paus in Rome. Ik dacht toen even terug aan het gesprek dat ik 34 jaar geleden had met Prins Claus. Want nog steeds kan ik een beetje pronken met het Kerstnummer 1981 van het maandblad Ouders van Nu. Ik had daarin een exclusief interview met de Prins over de vraag of hij zijn kinderen oorlogsspeelgoed zou geven.


Op de cover van STRAATNIEUWS, onder de foto van de breeduit lachende Paus: ‘Onze vriend in Rome (Eg woar!)’ Dat hij zich door STRAATNIEUWS liet interviewen, mede door een van de straatverkopers uit Utrecht, moet een bewuste keuze geweest zijn. Het is een knappe communicatiestrategie, waarin de stelling van Marshall McLuhan wordt bewezen en toegepast ‘The Medium Is The Massage’.
Immers, in het medium ‘Daklozenkrant’ stelt de Paus onomwonden:
“Jezus is als een dakloze ter wereld gekomen, een arme dakloze. En de Kerk wil alle mensen omhelzen en zeggen dat iedereen recht heeft op een dak boven zijn hoofd. De kerkelijke volksbewegingen(in Zuid Amerika) hebben het in het Spaans over ‘trabajo’ (werk), ‘techo’ (dak) en ‘tierra’ (grond)”
In een gesprek van bijna een uur vertelt de Paus aan STRAATNIEUWS over zíjn straat in Buenos Aires waar hij als kind woonde, waar hij voetbalde en waar hij met zijn moeder en oma boodschappen deed op de markt. Je voelt direct hoe ontspannen de sfeer was, daar in het Vaticaanse Paleis.
Zou Marc, STRAATNIEUWS-verkoper naast de HEMA, zijn vragen in vet Utrechts hebben gesteld? “Heilige voader, ken u zich een wereld bedenken zonder aaremoei?”

Al gruw ik van het hooghartige conservatisme van de Kerk en walg ik van de grijpgrage tengels van al die priesters en prelaten, deze Franciscus heeft compassie en is hartverwarmend.
Bas Heijne, toch zeker geen pilaarheilige, was in december 2014 in zijn NRC-column onder de indruk van de jaarlijkse ‘kerstgroet’ van de Paus waarin hij de curie, dat gezelschap van machtige kardinalen, de mantel uitveegde. In vijftien keiharde punten hekelde de Paus het exhibitionisme en de hang naar winst, de mentale en spirituele verstening, de verwaandheid en het geroddel maar ook de begrafenisgezichten van het belangrijkste Vaticaanse college. Woorden die pijn hebben gedaan in Rome.
Wat een persoonlijkheid, deze dappere én gezaghebbende én lieve man, hoog verheven boven het systeem waaraan hij leiding moet geven.

Al in juni was de afspraak geregeld om op 28 augustus 1981 Prins Claus te interviewen. Ik had zijn secretaris echter laten weten dat mijn vrouw in de eerste dagen van september was uitgerekend voor de bevalling. Dus als haar weeën vijf dagen eerder zouden beginnen, dan zou ik de afspraak moeten verzetten. Of de Prins daar begrip voor had… Ja, dat had hij!
Dus toog ik die dag, als redacteur van Ouders van Nu, naar het kleine paleis aan het Lange Voorhout in Den Haag waar Prins Claus zijn kantoor had. Ik kreeg een half uur om met hem te praten over de (on)wenselijkheid om kinderen, en dus ook zijn drie jongens van 14, 13 en 12 jaar, oorlogsspeelgoed te geven.
Je trekt gewoon aan de bel bij zo’n paleis en dan doet een heuse lakei in een jacquet open: “Ik heb om tien uur een afspraak met Prins Claus”
“Dan ben u Bachtoo Smit, van Ôhdes fan nu, u komp voor prins Clôhs. U ben lekkâh froech, zeg. Dus wach maar effe in zèh kamâh, hè komp so” zo stelde de lakei, gewoon een ambtenaar met een Algemeen Beschaafd Haags accent, mij op m’n gemak.
Na een paar minuten kwamen de Prins en zijn secretaris binnen. Claus gaf mij een warme hand, ik mompelde onhandig ‘Aangenaam, Hoogheid’ en brabbelde nerveus mijn naam. De man van de Koningin en de vader van Willem Alexander ging tegenover mij zitten op een rechte stoel en sloeg zijn benen over elkaar. Toen ik op dat moment zag dat hij hele dunne benen had en knalgele sokken droeg onder een zijn blauwe pak, werd ik vanzelf wat rustiger. De secretaris nam plaats in de verste hoek van de kamer.
Als ik dat nummer uit 1981 van Ouders van Nu (ook hier: ‘The medium is the massage’) terug lees, verbaas ik mij over de ferme uitspraken die Prins Claus deed. Die waren natuurlijk goed voor pakkende koppen en tussenkoppen in mijn artikel. Zijn woorden zijn overtuigend, maar ik herinner mij vooral zijn zachte stem met die lichte Duitse nuance. 
“Oorlog is te verschrikkelijk om er een spelletje mee te spelen”
“Mijn vrouw en ik waren het er van het begin af aan over eens dat we dat speelgoed niet bij ons in huis willen hebben”
“Ik geloof dat ik vooral een instinctief bezwaar tegen dat soort speelgoed heb. Mijn eigen ervaringen in de Tweede Wereldoorlog spelen hierbij een belangrijke rol”
“Ik pak niet te snel iets af. Maar ik grijp in als mijn jongens met elkaar op de vuist gaan of elkaar met stenen bekogelen. Toch passen wij er voor op om onze kinderen al te zeer te beknotten. Hun vrijheid is door de omstandigheden toch al beperkt genoeg”.

Ongemerkt liep het half uur uit tot bijna een uur. De Prins wilde van alles van mij weten, met name over onze oudste kinderen, over hun ervaringen op school, met vriendjes en in sport. Het werd gezellig daar aan het Lange Voorhout en ik zag dat ook Claus zich ontspande. Hij vroeg zelfs zijn secretaris om uit de hoek te komen en te vertellen over zíjn huiselijke situatie en over de lastige combinatie van vaderschap en carrière. De secretaris glimlachte beleefd en bleef in de plooi. Verontschuldigend legde Claus aan mij uit dat de man uit de diplomatieke dienst kwam en op lastige ambassadeposten had gewerkt: Vietnam, Oost Berlijn, Santiago de Chili.
De Prins -off the record - tegen zijn topambtenaar: “Meneer, ik heb vanuit mijn persoonlijke ervaring aan mijn kinderen uitgelegd wat oorlog wérkelijk is. Ik geloof dat vooral mensen zoals u oorlogen kunnen voorkomen, met geduld en stille diplomatie, met het bouwen van bruggen. En ik denk dat ú, meneer Smit, in uw blad Ouders van Nu, echt iets kan betekenen voor de vreedzame opvoeding van kinderen”.

Bij het afscheid vroeg Claus of ik hem een geboortekaartje van ons kind wilde sturen.
“Doe de groeten aan uw vrouw en wens haar sterkte” voegde hij er aan toe.
“Dank u, zal ik doen! En doet u ook de groeten aan uw vrouw…”
“Zal ik zeker doen!”
Al vind ik onze staatsvorm van erfelijke troonopvolging nog zo’n anachronisme, de persoonlijkheid van Claus is hoog verheven boven het systeem waar hij deel van is. Wat een dappere en lieve man.
Het geboortekaartje van onze Joris van 2 september 1981 heb ik hem via zijn secretaris gestuurd. Hij feliciteerde ons op officieel postpapier van de Prins der Nederlanden. Dat historische document ben ik kwijt geraakt. Maar het vereren van relikwieën paste ook niet in de geest van Prins Claus. En evenmin, vermoed ik, in die van Paus Franciscus.

Uiteraard bedank ik de Prins aan het eind van het gesprek.
Als de interviewers de Paus bedanken, zegt hij dat hij hén wil bedanken en dat hij genoten heeft van het gesprek. Claus zei precies hetzelfde. Ongelooflijk, maar ‘eg woar’.

dinsdag 1 december 2015

ZO MOOI ALLES

Als Leo Vroman zélf - althans als acteur Kees Hulst in de voorstelling ‘Hoe mooi alles’ - zijn beroemdste gedicht met zachte stem voorleest, vouw ik de handen voor mijn ogen. Dan gebeurt wat mij bijna nooit overkomt in het theater: ik huil.
‘Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaal ze honderd malen
alle malen zal ik wenen’
Ik weet precies waar ik ben en wat er gebeurt: ik zit op rij zes in de Groningse Stadsschouwburg, het is eind november 2015, er zitten een paar vrienden en tweehonderd andere mensen om mij heen, ik kijk en luister naar twee acteurs in een voorstelling. Dáár en op dát moment had ik minutenlang ontroerd kunnen blijven wenen, maar ik vergat niet waar ik was en ik hield me daarom zo goed mogelijk in. Mijn natte handen veegde ik af aan het pluche van mijn theaterstoel.
Al eerder in de voorstelling vulden mijn ogen zich met tranen. Als een bloem die zich langzaam ontvouwt van lente naar zomer, naar herfst en winter, zo verdiept zich de liefde tussen Leo Vroman en Tineke Sanders. Die begon kort voor de oorlog, in de studentenmensa in Utrecht. Leo ziet Tineke voor het eerst en gaat onhandig naast haar zitten. Binnen een paar seconden beseft hij dat hij onweerstaanbaar verliefd is. Kees Hulst, alias Leo Vroman, wendt zich tot het publiek: “Naast mij zit mijn hele toekomstige leven!” Hij is verbaasd en geschrokken, er klinkt zelfs wanhoop in door, hij is ontroerd door zijn eigen woorden en hij raakt mij.
Tineke blijkt écht geschrokken: “Wat wil die ouwelijke jongen van me?” En even later het dappere “Maar ik moest het er maar op wagen”.
Ze verloofden zich en, onderbroken door de oorlog waarin ze zeven jaar lang tragisch van elkaar gescheiden werden, trouwden ze in 1947 in New York. De ‘ouwelijke’ Leo Vroman overleed vorig jaar februari, 98 jaar oud. Tineke leeft nog, is nu bijna 95.
De voorstelling ‘Hoe mooi alles’ gaat voor een groot deel over de intieme twijfels van Leo en Tineke in de lente van hun liefde tot 1947. Een paar keer maken we een sprong naar de laatste periode, waarin we meemaken met hoeveel aandacht Tineke haar Leo verzorgt als hij ziek is en als hij overlijdt: “Leo, mijn leeuw, heb je je pillen al ingenomen?"

Dit was zo'n klein moment waarop de tranen mij in de ogen sprongen. Want naast mij in de schouwburg zit mijn vriend J. en naast hem zit zijn vrouw H. We gaan al dertig jaar samen naar voorstellingen. Ik denk dat J. mijn tranen niet opgemerkt heeft.
Ik ben bang dat ik over twee jaar niet meer naast hem zit, omdat hij dan te verzwakt en grotendeels verlamd is. Want J. weet sinds een paar maanden dat hij de verschrikkelijke ziekte ALS heeft en dat hij niet oud zal worden. Ik hoor nu al hoe H. aan hem vraagt: "Heb je je pillen al ingenomen?"
De gedichten van Leo Vroman zijn universeel en dát voel ik en dáárom huil ik.
Ik ben het dus eens met Kees Fens die Leo Vroman 'de dichtbijste dichter' noemde. Vroman: in zijn poëzie raken Liefde en Natuur elkaar op de meest spirituele wijze.
Tot op de laatste dag van zijn leven blijft hij schrijven: hij dicht hoe nieuwsgierig hij is naar de dood en naar het onbekende daarna. Vrolijk nieuwsgierig fantaseert hij over de wormen en maden die aan zijn dode lichaam snuffelen, aan hem knabbelen en hem kietelen. Speelse en weemoedige gedachten wisselen elkaar af: ‘Systeem, dit lichaam treurt om het verdwijnen, dat het o zo zelf zal moeten doen'.
Leo Vroman lijkt niet bang te zijn voor de dood. Is hij religieus? In een interview met Arjan Visser in Trouw zegt hij er zelf over:
“…vaak gebruik ik het woord Systeem in plaats van God, maar ik geloof niet in één systeem, ik kan mij verschillende hulpsystemen voorstellen, zoals er ook hulpsinterklazen zijn. Systeem is voor mij geen kil woord, het zijn enorme reeksen van ontdekkingen, een boom die alsmaar blijft vertakken, er komt geen einde aan.”
Ook in ‘Hoe mooi alles’ citeert Leo Vroman een van zijn Psalmen over het Systeem. Ik huiver bij deze herkenning, ik weet en ik voel direct dat hij zich niet richt tot een opperwezen, maar tot het enige dat in het universum te ontdekken valt: Systeem.
Lieve J., ik bid dat je troost vindt bij Leo Vroman en bij het Systeem, jouw Systeem.

Een half jaar eerder dan Leo Vroman, in de zomer van 2013, overleed Maarten van Roozendaal, 51 jaar jong, longkanker godverdomme. Zijn teksten, zijn muziek, zijn performance, zelden heeft een Nederlandse zanger mij meer geraakt dan hij. Ook hem heb ik zien optreden in de Groningse Stadsschouwburg. Na de voorstelling 'Hoe mooi alles' herinnerde ik mij het overweldigende lied van Maarten van Roozendaal 'Dit is zo mooi, om te janken zo mooi'. Neem even de moeite om het op te zoeken op You Tube.

Zo klein en intiem Leo Vroman, zo groots en meeslepend Maarten van Roozendaal. Maar ze dichten over hetzelfde: over de liefde, over de natuur. Of de Natuur, het Systeem, het Eeuwige…
Het laatste couplet uit ‘Mooi’, een genotzalig lied over de omnipotente natuur:
‘En als vannacht de open hemel de sterren strak laat stralen
en ik buiten op mijn rug lig, starend naar het firmament,
dat het stiller dan het stil is, eeuwiger dan eeuwig,
dan ben ik goddank nog een keer gevangen in ’t  moment’
Ook Maarten van Roozendaal, zo blijkt uit een van zijn laatste interviews, is voor de duvel niet bang en niet bang voor de dood.

Leo’s Tineke heeft het laatste woord in ‘Hoe mooi alles'. Met ijle zachte stem:
‘Mensen die niets van ons weten,
door onze liefde lief bezeten,
zullen onze dingen doen en
zoenen en zoenen’

Maarten van Roozendaal zou 'zoenen en zoenen' met volumineuze stem uit volle borst de zaal ingeslingerd hebben.


De voorstelling ‘Hoe mooi alles’ is tot 19 december nog te zien in Veenendaal, Amsterdam, Hoorn, Houten, Ede, Tiel, Leiden, Nijmegen, Amersfoort en Zeist. Trek je vooral niets aan van de kritiek destijds in de zure Volkskrant. Andere recensies waren lovend, vooral van Loek Zonneveld in De Groene: ‘Ik heb ademloos zitten kijken, wat een prachtige voorstelling’.