vrijdag 3 februari 2017

WIE BEN IK IN DIT FASCINERENDE FILMSCRIPT OVER 'DENNENDAL'?

De Franse schrijver en filosoof Michel Houellebecq zegt in zijn roman ‘Onderworpen’: “Het verleden is altijd mooi. En wat dat betreft, ook de toekomst. Alleen het heden doet pijn.”
Een paar dagen geleden keek ik met ingehouden adem, verkrampte spieren en hooggespannen zintuigen naar mijn verleden in de roemruchte zwakzinnigeninrichting Dennendal. Bijna twee uur heb ik naar het verhaal van Bartho Smit van vijfenveertig jaar geleden gekeken.

(Dennendal? Ik werkte er van 1970 tot 1974 als lid van wat nu het Managementteam zou heten. Carel Muller was de grote inspirator, de goeroe wellicht, de directeur van Dennendal. Wij wilden breken met het ‘medisch model’, probeerden de organisatie te democratiseren en waren van plan om de inrichting open te stellen voor de samenleving. Werd het experiment een mislukking? In juli 1974 werd de bezetting van een van de paviljoens van Dennendal door een politiemacht gebroken: besluit van het als progressief betitelde kabinet van Joop den Uyl. Een regelrechte rel, waar toentertijd de kranten bol van stonden. Maar dankzij Dennendal kantelde de zorg voor verstandelijk gehandicapten.)

Zes jaar geleden maakte onze zoon Joris, gefascineerd door het verhaal over Dennendal, een voorstelling over het historische conflict. Samen met hem speelde ik zíjn stuk in theaters, op festivals en in zorginstellingen. Joris wilde laten zien dat iedereen iets nodig heeft om voor te strijden, iets wat het leven de moeite waard maakt, iets waarvoor je je bed uit komt. Maar waar kun je mij en mijn generatie Nix nog voor wakker maken, vroeg Joris zich af. We hebben alles, we hoeven nergens moeite voor te doen, we hebben geen idealen meer nodig om iets te bereiken…Dus Joris zette zijn idealistische vader hoog op een voetstuk. Uiteraard wilde ik daar niets van weten en dat had tot gevolg dat ik zijn theatrale opzet omver kegelde. Generatieconflict? Het lukte niet om een conflict over het Dennendalconflict te krijgen. Wij bleven als vader en zoon van elkaar houden.

En nu heeft hij een filmscript geschreven over de opkomst en ondergang van Dennendal. Veertien gerenommeerde acteurs van het Nationale Theater in Den Haag, collega’s van Joris, lazen de rollen van de film die hopelijk gemaakt zal worden. In een kleine zaal van de Koninklijke Schouwburg voltrok zich het drama vol strijd en twijfel, liefde en jaloezie, macht en onmacht, heldhaftigheid en angst, mededogen en egoïsme. In dat spektakel keek ik naar mijzelf, groeiend van een bijrol naar een hoofdrol.
Heden en verleden vloeiden door elkaar. Daar in mijn theaterstoel ervoer ik weer hoe ik had genoten van het gevoel dat wij in 1974 het gesprek bepaalden van ‘progressief’ Nederland, hoe we het nieuws beheersten en manipuleerden, hoe we onze tegenstanders uitlachten. Ik genoot weer van de krankzinnige en ontroerende verrassingen van onze zwakzinnige ‘pupillen’, van de solidariteit van veel ouders, van de kameraadschap onder groepsleiders en stafleden. Vanuit de veilige afstand van het nu vermaakte ik mij over het krampachtige gestuntel van al die domme en bekrompen politici, van de belachelijke hetze en het nep-nieuws in de koppen en kolommen van De Telegraaf. Inderdaad: het verleden was mooi. Hoofdzakelijk mooi…
Sex & drugs & rock and roll, maar ook ontrouw en bedrog, ondermijnden mijn eerste huwelijk en dat doet in het heden nog steeds pijn. Joris had mijn ex-vrouw een droeve rol in het script gegeven.
Tijdens het Dennendalconflict kantelde mijn leven. Ik leerde Coby kennen, met wie ik sinds 1980 samen ben. In het stuk speelt zij een kritische journalist, die mij met pijnlijke vragen bestookt. Nooit zal ik vergeten hoe ik toen genoot van de spanning. Zo mooi en soms zo moeilijk: die pijnlijke vragen stelt zij nog steeds… Wij werden de ouders van Joris, die nu het script over ons leven schrijft. Bizar en spannend.
De panelen verschuiven, het decor wisselt voortdurend tussen verleden en heden. Ik kom mijzelf in het script van Joris tegen als een voorzichtig mens tussen alle radicalo’s. Maar nu als kijker ervaar ik die Bartho als een slapjanus, ja het heden doet pijn. Of zijn het twee kanten van dezelfde medaille? Ik kom mijzelf via de acteurs van het Nationaal Theater tegen als een steeds grotere supporter van Dennendaldirecteur Carel Muller. Vanuit mijn comfortabele theaterstoel nu hoor ik een Bartho die zijn kritisch vermogen en onafhankelijkheid inlevert, ja het heden doet pijn. Weer de twee kanten van de medaille, maar ook de kracht van het script van Joris: niet eendimensionaal maar vol dilemma's, geen clichés van helden óf schurken maar een meeslepend verhaal van twijfelende mensen.

In de Dennendalvoorstelling die wij zes jaar geleden speelden voerde Joris een zwaar bewapende politiemacht op, met waterkanonnen en tanks, straaljagers en helikopters. “Ach Joris” zeg ik dan “het waren de plaatselijke koddebeiers uit Den Dolder en Zeist die de bezetting van paviljoen Lorentz zo vreedzaam mogelijk moesten beëindigen. Wij kénden die mannen…”
Dus ik relativeerde het drama kapot, met als gevolg een theatrale woede-uitbarsting van Joris, mijn tegenspeler én mijn zoon. Hij maakte het verleden mooi, ik verknoeide de voorstelling. Maar dat deed ik in opdracht van Joris! Hijzelf had die tekst inclusief míjn rol geschreven…
En de toeschouwer bleef in verwarring achter, want wie was wie in die voorstelling en wie was aan het woord? Joris de acteur of de zoon? Welke Bartho?
En precies dát overkwam mij toen ik naar het filmscript en de acteurs luisterde. Wie ben ik? Wie was ik? Wat komt er van mij terecht? Fascinerende psychologie, indringende filosofie, verwarrend theater, doodvermoeiend narcisme.

Na afloop van de scriptlezing namen Joris en ik plaats op het podium voor de reacties van de acteurs en de bezoekers. Het was heel geanimeerd, maar ik weet nauwelijks meer waar we het over hebben gehad. Daarom citeer ik, zonder permissie, uit een app van acteur Mark Rietman aan Joris: “Ik vind dat je een fantastisch script hebt geschreven! En je vader en jij, twee mooie mensen.”

donderdag 19 januari 2017

DRIEKONINGEN IN GRONINGEN? GLASNOST?

In 1946, een paar maanden na hun trouwen, kochten mijn ouders ter completering van hun uitzet een Kerststal. Alle beeldjes, van keramiek, handbeschilderd en geglazuurd, hebben elk een unieke persoonlijke uitdrukking. Op de gezichten van Jozef en Maria, de herders en de drie koningen, de kameel van de zwarte koning Caspar en zelfs de schapen, lees je hun specifieke rol in het legendarische verhaal.

Tien jaar geleden overleed mijn moeder, een jaar na mijn vader. Ze haalden allebei de leeftijd van de allersterksten: 93 jaar. De verdeling van de bescheiden bezittingen van onze ouders leverde in ons gezin geen noemenswaardige spanningen op. Ieder van ons vijven kreeg iets van zijn of haar gading. Alleen de Kerststal, nog helemaal compleet, nog verpakt in de kartonnen margarinedoos uit 1946, de beeldjes in crêpepapier, viel niet te verdelen.
Voor de laatste keer bijeen in het kleine appartement in het verzorgingshuis Eykensteijn (onder ons gezegd Lijkenstein) vonden we die middag een oplossing die perfect bij ons gezin paste. Mijn vader bijvoorbeeld vond het maar lastig om onderzoek te doen bij de regelmatige ruzies in het grote gezin. Bij gedonder wees hij meestal iemand anders aan als schuldige. Pijnlijk voor de zondebok, maar de volgende keer was iemand anders de lul.
Dat rouleersysteem werkte de-escalerend en relativerend. En in die geest besloten wij ook de Kerststal te laten rouleren. Pragmatische oplossing, geen scheve ogen én elk jaar een kleine familiereünie, fijn cocoonen in de vredige sfeer van vroeger.
Want sinds 2007 komen we jaarlijks als broers en zussen mét onze aanhang bij elkaar op Driekoningen. Het is altijd een dag van ouderwetse warmte en huiselijkheid, begin januari, met eten en drinken én naar goed katholiek gebruik een Driekoningentaart. Die taart wordt verdeeld in tien punten; in één van de punten zit een dikke boon verstopt. Wie al snoepend en smakkend de boon aantreft is de koning, krijgt de Kerststal mee naar huis en organiseert de volgende Driekoningenverloting.
Helaas brak er dit jaar opeens een winter uit op zaterdag 7 januari. Mist, ijzel, natte en droge sneeuw, mét storm en windstoten, maakten het voor de verre familieleden ondoenlijk om naar Groningen af te reizen. Ja, want wíj hadden dit keer de Kerststal. Dus uitstel. Het wordt nu half februari.

De Russisch orthodoxe kerk viert het feest van Kerstmis meestal op de dag dat wij in ‘het westen’ Driekoningen vieren, dit jaar op 6 en 7 januari.  In verschillende kranten zagen we foto’s van Poetin de opportunist, met z’n deemoedigste gezicht temidden van Russische prelaten.
Op 19 januari, gisteren dus, vieren ze in Rusland Driekoningen, met o.a. een duik in rivieren en meren met Siberische temperaturen. Daar zien we ook vast foto’s of filmpjes van, het liefst met Poetin op z’n aller heldhaftigst.
De Russische tradities, de cultuur, de religie die sinds de val van de Sovjet Unie weer beleden mag worden, de melancholische muziek en de feesten, ik kan er van genieten. Ik heb veel meer affiniteit met de rijke Russische cultuur dan met het platte commerciële Amerikaanse gejengel en geschreeuw.
De merkwaardige belangstelling vanuit Rusland voor mijn blogs was het onderwerp van mijn laatste Voorzet van 2016. In de tweede helft van december kwam liefst veertig procent van mijn hits uit het land van Poetin. Dat riep bij mij een ongemakkelijk gevoel op. Ik beloofde mijn lezers op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.
Vervolgens nam in de eerste helft van januari het (nep)nieuws over een soort Russische cyberoorlog tegen Amerika groteske vormen aan. Mijn privé smeekbede aan Poetin om гла́сность, Glasnost, Openheid dus, had internationaal een averechts effect.

En dan nu de recente ontwikkelingen rond mijn blog: de Russen lijken hun belangstelling volledig te hebben verloren! Althans volgens de statistieken, de harde cijfers van Blogspot. Eind december, daags na mijn laatste Voorzet, zette de daling van de Russische pottenkijkers al in; begin januari waren het er minder dan tien per dag.  In de afgelopen drie dagen trok ik niet zoveel lezers of bezoekers naar mijn blog: ruim veertig hits, waarvan 21 uit Nederland, 10 uit België en verder wat gespreide belangstelling uit andere landen. Inclusief 1 nieuwsgierige uit Oekraïne en 0 (nul) uit Rusland!
Ik pijnig mijn hersenen voor een verklaring en kom niet verder dan bizarre complottheorieën (maar daar smullen ze van in Rusland, ook in 2017)
-       Hebben ze bij de Федеральная служба безопасности , de Federale Veiligheidsdienst FSB, bedacht dat ze onze warme familiereünie met rust moeten laten, omdat die zo nauw aansluit bij de Russische traditie?
-       Of hebben de Russen in plaats van een cyberaanval op 7 januari een koufront op Groningen afgestuurd, zodat onze Driekoningenverloting niet kon doorgaan?
-       Hebben de Russen hun handen vol aan het verspreiden en daarna verdonkeremanen van de electorale en pornografische strapatsen van Trump en hebben ze geen zin en geen tijd meer voor zo’n onnozelaar als ik?
-       Mij een beetje bang maken en dat langzaam opvoeren en mij vervolgens chanteren of als zondebok aanmerken, ach wat een onzin. Maar wat ik ook verzin: het is en blijft raadselachtig. Glasnost? Ho maar.
-       Waarschuwing: klik alleen op eigen risico mijn Voorzet aan ‘De Russen dringen mijn blog binnen’ van 29 december 2016. Voor je het weet, heb je tientallen Russen in je mailbox, je website, je blog, je app. Of regelmatig telefoontjes met Russisch gehijg. Vertrouw ook de Oekraïners niet. Alle avances van rondborstige dames uit die streken afslaan!

En vandaag op 20 januari wordt Trump beëdigd als President van Amerika. Wat gaan ze doen, de twee wereldmannen Trump en Poetin, de ware testosteronbommen? Wedstrijd ver pissen en armpje drukken, in welke variant dan ook?  Of de hobby van alle despoten en dictators beoefenen, van Erdogan tot Duterte, van koning Salman bin Abdulaziz Al Saud tot Lukashenko: de persvrijheid beteugelen, journalisten (voorgoed) de mond snoeren, onafhankelijke bloggers bespioneren, bedreigen en daarna met stokslagen aftuigen.

Het enige dat dan nog rest is hopen en meezingen met Nobelprijswinnaar Bob Dylan: The Times They Are Changing. Want zoiets moeten die drie koningen ook gevoeld hebben toen ze de ster boven Bethlehem zagen.

donderdag 29 december 2016

DE RUSSEN DRINGEN MIJN BLOGS BINNEN...

Elke dag bezoeken gemiddeld twintig mensen mijn blogs. Niet spectaculair veel, maar ik ben er blij mee. In de week na het publiceren van een nieuwe 'Voorzet' trek ik vaak meer dan tachtig mensen per dag. Dat kan ik allemaal zien in de statistieken van ‘Blogspot’, de site waarmee ik mijn stukjes verspreid over het wereldwijde web.
De laatste tijd krijg ik steeds meer bezoekers uit Rusland en Oekraïne. Daarover verschaft Blogspot mij boeiende en betrouwbare gegevens: cijfers en zelfs een wereldkaartje met licht gekleurde (weinig bezoekers) en donker gekleurde (veel bezoekers) landen.
Drie weken geleden: 20 bezoekers uit Rusland; twee weken geleden 25 Russen op bezoek; vorige week waren het er bijna 40, zowat zes Russen per dag. Tegenover zo'n 25 Nederlandse belangstellenden, 15 bezoekers uit Oekraïne, en nog wat lieden uit vijf andere landen zoals China en Frankrijk, waar naar mijn weten weinig mensen Nederlands lezen.
Veertig procent van mijn bezoekers kwam vorige week uit Rusland!
Vijftien procent in dezelfde week uit Oekraïne!Wat zoeken die Russen en Oekraïners op mijn site? En dan die merkwaardige Chinese fans van mijn blogs…

Proberen de Russen nú al mijn stemgedrag bij de verkiezingen te beïnvloeden? Ze schijnen Trump aan zijn overwinning geholpen te hebben. Heeft Poetin nu ook belang bij Wilders? Zijn blonde kapsels zo opwindend voor de kalende Vladimir? Moet ik hier de AIVD over verwittigen? Zit de Federalnaja Sloezjba Bezopasnosti, de Russische veiligheidsdienst, hier achter? Zou onze waakzame spionagedienst de verdachte bezoeken al geregistreerd hebben?
De spanning liep de afgelopen weken gestaag op. Ik begon mij af te vragen in hoeverre ik aanleiding had gegeven voor de Russische ‘interesse’.
Heeft die blog van vier jaar geleden er iets mee te maken, over de voorstelling ‘Misdaad en Straf’ van Dostojevski waarin onze zoon Joris de rol van berouwvolle Raskolnikov speelde? Of mijn liefde voor de oosters/Russisch orthodoxe liturgie in het klooster van Chevetogne, waar ik al jaren kom. Hebben we de Russen geïrriteerd door onze vakantie in Estland? Of omdat we ooit in de DDR zijn geweest? Willen de Russen dat ik hun gedrogeerde schaatsers ga aanmoedigen? Dat ik Gazprom verkies boven het Groningse gas? Mijn paranoia nam toe naarmate ik meer Russen op mijn beeldscherm aantrof.

En wat heeft de belangstelling vanuit Oekraïne te maken met de Russen?
Willen de Oekraïners mij aan hun zijde krijgen in verband met het neerschieten van MH17?  Het was toch een Buk-raket uit Rusland? Of soms niet? Heeft het te maken met dat referendum over Oekraïne? Ik heb niet gestemd; ben ik daarom een vooruitgeschoven post voor de Russen of juist voor de Oekraïners om Rutte te masseren? Dan zijn ze wel te laat: Rutte heeft het referendum al verfrommeld tot een bijsluiter en daar ben ik nog content mee ook.

Is het wel iets spannends? Of gaat het gewoon om jonge Russen die in Moskou of Petersburg Nederlands studeren (het schijnen er honderden te zijn!) en die zich in mijn blogs willen verlustigen aan de rijkdom van onze taal. Of gewoon om Oekraïense studenten die een jaar hier in Groningen studeren en die taal- en redekundige ontledingen moeten verrichten van simpele Jip-en-Janneke zinnen in simpele Nederlandse blogjes?
Het web staat voor wereldwijde openheid. Voel ik me kwetsbaar? Niet zeuren, ik heb het aan mezelf te wijten. Wees welkom, Noord-Koreanen, Saoedi ‘s en Eritreëers!
Om mijn groeiende ongerustheid te dempen bedacht ik dit soort verstandige overwegingen en andere plausibele verklaringen. Welk belang zouden Russen, Oekraïners en Chinezen immers hebben bij een simpele krabbelaar als ik?
Het hielp helaas helemaal niets. Integendeel: mijn nachtmerries werden ernstiger, ik leed aan slaaptekort waardoor ik ook overdag steeds slechter functioneerde. Overmoedige boosheid maakte zich van mij meester: 'Groningen waarschuwt Moskou voor de laatste keer'. Geen effect.
Op tweede kerstdag werd ik ’s ochtends badend in het zweet wakker. Ik zakte door mijn benen, viel op mijn knieën en bad: PERESTROJKA Vladimir, Hervormingen! En vooral weer GLASNOST, mijn waarde Vladimir, Openheid!


Beste volgers van mijn blogs: ik laat jullie weten of mijn bede verhoord wordt en of het aantal Russische (en ook Oekraïense) pottenkijkers afneemt of juist stijgt na deze 'Voorzet'.

donderdag 8 december 2016

PENSIONADO'S EN HET TOUWTJE VAN TERLOUW

“Ik heb een prachtig leven gehad, ik wil dat jullie het ook hebben”, zei Jan Terlouw aan het slot van zijn indrukwekkende betoog in DWDD van woensdag 30 november. Met ‘jullie’ bedoelde hij de jeugd.

Een week eerder vierden wij met bijna honderd gepensioneerden van de Hanzehogeschool Groningen (HG) onze traditionele HGenotendag, nu al voor het achtste jaar op rij. ‘s Morgens twee boeiende lezingen, ’s middags actieve workshops. Tussen de activiteiten door haalden we herinneringen op, hernieuwden contacten, maakten afspraken om elkaar weer te zien. Een mooie reünie, waar ik namens het HGenoten-bestuur als gastheer optrad.
Wie zijn wij, HGenoten? Sentimentele bejaarde babyboomers, bijeen onder de noemer ‘in onze tijd was alles beter’? Omdat wij de touwtjes uit de brievenbussen nog hebben meegemaakt? Gaan wij er prat op dat wij elkaar en onze instituties, onze politici en onze leidinggevenden op hun blauwe ogen vertrouwden?
Vermoedelijk bevinden zich onder ons, pensionado’s uit het Hoger Onderwijs, niet zoveel boze blanke mannen en vrouwen. Sterker nog, de meesten van ons moeten hoogstwaarschijnlijk erkennen dat ze weinig van die boze mensen persoonlijk kennen, de Trump-aanhangers of PVV’ers. Wij lezen redelijk verdraagzame kranten, kijken naar nieuws en actualiteiten op de publieke omroep, maken ons zorgen over de klimaatverandering
Maar sinds kort liggen wij in het schootsveld van, soms zure en soms scherpzinnige, critici, die onze ‘elitaire’ rol in de complexe samenleving trachten te analyseren. Ons wordt verweten dat we zelfingenomen zijn, dat we ons hebben geïsoleerd van degenen die volgend jaar maart op Wilders en andere populisten gaan stemmen, de ‘sneue types’ zoals Hillary Clinton de aanhang van Trump diskwalificeerde. Anderen hebben ons inmiddels op de hoop gegooid van de hooghartige grachtengordeltypes.
Nu is déze kwalificatie gemakkelijk te ontzenuwen: wij HGenoten komen uit de drie noordelijke provincies, uit Stad en Ommeland, van Drenthe tot aan ’t Wad.

Maar het verwijt van zelfingenomenheid…?
Een van de inleiders ’s morgens, collegelid Rob Verhofstad, boog zich over de vraag ‘Hoe bracht de Hanzehogeschool haar kernwaarden in de praktijk?' Hij vertelde dat aan nieuwe medewerkers van de HG altijd gevraagd wordt of ze instemmen met die waarden, zoals ‘ondernemend’ en ‘verantwoordelijk.’
Toen stelde een van ons hém de vraag: “Worden die waarden ook aan nieuwe studenten voorgelegd, bijvoorbeeld ‘respect en actieve tolerantie?”
Verhofstad: “Dat doen we helaas te weinig. Dank voor deze kritische noot. Ik beloof jullie dat ik er in het College van Bestuur alle aandacht voor zal vragen.”
Jan Terlouw had zijn verhaal toen nog niet verteld. Maar ik denk dat diens warme slotwoorden helemaal passen bij de intentie van deze gepensioneerde oud-docent: de wens dat de jeugd, de student van nu, ook een prachtig leven zal hebben. Zo’n wens is het tegendeel van zelfingenomenheid.
De woorden van Jan Terlouw kwamen recht uit zijn hart. Hij legde het verband tussen de twee grootste maatschappelijke vraagstukken van deze tijd: (het gebrek aan) vertrouwen en de (gevaarlijk te kort schietende) zorg voor onze aarde. Het zien en verklaren van die relatie was naar mijn idee visionair. En dat is dan maar elitair.

Rob Verhofstad was gewaarschuwd: steek als bestuurder geen ronkend verhaal af over de successen van de HG. Daar had hij wat moeite mee. Want het is gewoon een feit dat de Hanzehogeschool Groningen er de laatste tien jaar in is geslaagd om aan de top te komen van het hoger onderwijs in Nederland. Het is simpelweg een feit dat het vertrouwen van docenten en andere medewerkers in de koers (en dus in het bestuur) van de hogeschool net zo gestaag groeide als de kwaliteit van het onderwijs en de reputatie van de school. En dus wisten steeds meer studenten de weg naar de Hanzehogeschool te vinden. Blijf dan maar eens bescheiden.
Als je dat vertrouwen voegt bij de grote projecten van de HG op het gebied van energietransitie – één van de workshops op de HGenotendag was in het Energielab EnTrance - dan kan Jan Terlouw zich in zijn handen wrijven.
Aanvankelijk oogstte Terlouw bewondering en bijval voor zijn ‘oprechte verontwaardiging’, zoals het hoofdredactioneel commentaar van de NRC zijn betoog karakteriseerde. Zelfs op het volkstribuun Twitter haast geen onvertogen woord. Natuurlijk moesten er na enige tijd tegengeluiden komen. En natuurlijk nam de zure Volkskrant het voortouw met de column van het boze mannetje Bert Wagendorp: ‘Terlouws ongelijk’.

Het verwijt van sentimentele bejaarde babyboomers…?
Mij sprak vooral de reactie van columnist Ephimenco in Trouw aan. Ik kies een paar citaten die ons als gepensioneerden zeer zullen aanspreken:
“Wat deze tachtigjarige in DWDD liet zien, is fenomenaal en liet me volstrekt gedesoriënteerd achter. Hoe kan een mens die volgens statistieken in de aftakelende fase van zijn leven hoort te verkeren, deze vitaliteit, intelligentie en welbespraaktheid live laten zien?”

“Terlouw gaf ons vertrouwen en bezwoer onze angsten als het om oud worden gaat. In een tijd waarin vooral over medicatie, zorg, levensmoeheid en hulp bij zelfdoding wordt gesproken, schoof de 85-jarige als een frisse regenboog door ons scherm”.

Saillant: Een van de andere grote projecten op het gebied van onderzoek en onderwijs aan de Hanzehogeschool betreft Healthy Ageing...