woensdag 22 februari 2012

HOE TROTS KUN JE ZIJN


“It deserves to be seen by more people. Come back, Theater Artemis”. Zo eindigde de prachtige recensie in The New York Times van 29 januari 2012 over de voorstelling ‘Woeste Hoogten’  van de Nederlandse theatergroep Artemis. Mijn zoon Joris speelde daarin de rol van Heathcliff, de sensitieve woesteling die door de twijfelende Cathy wordt afgewezen. (Zie ook een van mijn vorige blogs, onder de titel ‘Jongetjes’.)
Onze Joris op Broadway, volle zalen in het New Victory Theater!! Citaat uit een andere recensie: “Joris Smit is a fireball of focused energy, awareness and seemingly abandoned phisically. Every expression and gesture counts”.  Hoe trots kun je zijn als vader?
Tot vorig jaar mei speelden Joris en ik samen de voorstelling ‘Dennendal’ van het NNT, in tientallen Nederlandse theaters en instellingen. Telkens werd ik verlegen als een kind als hij in dat stuk zei dat hij zijn talent als acteur grotendeels van mij had gekregen.

Als dagvoorzitter hou ik wel van een pittige portie cabaret.  Met genoegen schud ik een zaal uit zijn middagdip met een geplaatste grap. Mijn compagnon Mick zet tijdens een serieuze conferentie met succes een canon in:  hij laat volle zalen zingen en ontspannen. Ach, je probeert het op een wat andere manier dan die mannen in pakken achter groene tafels en mahoniehouten katheders. Maar we zijn geen acteurs of kunstenaars.

De laatste weken heb ik een paar boeiende workshops gevolgd, zoals over communicatie en mindfulness, over creatieve werkvormen voor vergaderingen of over Het Nieuwe Werken bij de overheid. Vaak kom ik daar oud-studenten tegen uit de tijd dat ik als docent/trainer op de Hanzehogeschool werkte. Meestal zijn zij net als ik deelnemer; ik oogst dan graag hun complimenten als ‘ Jij gaat ook maar door’.
Soms presenteren ze hun nieuwe ideeën, zoals laatst Kim Spinder, tijdens het Open Innovatie Festival.
Als een zuidelijke mistral, als een wervelwind van inspiratie, spontaniteit, intelligente intuïtie en humor vloog Kim door de zaal met ambtenaren in het koude Groningen.
Ik citeer uit de aanbevelingen van Kim op LinkedIn: “Blij word ik als ik Kim zie. Zij weet zoveel mensen te inspireren”; “Begaafd spreekster”; “Ik mag Kim met recht ‘mijn muze’ noemen”; “Her energy and free thinking. She's doing a great job in innovating government”
Hoe trots kun je zijn als oud-docent? Wat een talent! 
Wat jammer dat het Instituut voor Communicatie en Media van de Hanzehogeschool haar en die vele andere supertalenten nauwelijks inzet voor het onderwijs van nu.

Als ik als dagvoorzitter een zaal bij de les moet houden, is er iets mis. Soms moet ik keihard werken om de gaten te dichten die doodsaaie sprekers hebben laten vallen. Bij mensen als Kim Spinder hoef ik niets meer te doen dan een spetterende aankondiging en een diepe buiging van de meester voor de leerling. Dankbaar werk.

zaterdag 11 februari 2012

REQUIEM FOR MY FRIEND


Naast mijn werk als Voorzitter ben ik vrijwilliger bij Hospice Het Gasthuis in Groningen. Regelmatig schrijf ik in het blad van het Gasthuis over toepasselijke muziek rond leven en dood. 

Mijn vader schiep er genoegen in om ons te dreigen met zijn laatste wens: “Bij mijn uitvaart zal ik jullie tuchtigen door je uren te laten stilzitten op harde kerkbanken om verplicht te luisteren naar de integrale uitvoering op vier langspeelplaten van de ‘Götterdämmerung’ van Wagner.”
Ondanks die dreigementen heeft hij mij van klassieke muziek leren houden. En gelukkig liet hij het aan ons, zijn kinderen, over met welke muziek we hem wilden herdenken. Het werd, zes jaar geleden, een prachtige uitvaart met veel Gregoriaanse gezangen en zijn favoriete madrigalen van Monteverdi over de liefde.

Toen mijn vader overleed, kende ik ‘Requiem for my friend’ nog niet. Als ik toen van dit requiem had geweten, zou ik het hoogstwaarschijnlijk hebben laten horen. Het is hedendaagse klassieke muziek, van een adembenemende en oprecht verdrietige schoonheid. Én het compacte stuk kost geen lange zit op houten kerkbanken. Ik heb het gewoon op mijn I-Pod staan... Als ik me verdrietig voel, troost verdrietige muziek veel meer dan vrolijke muziek.
De Poolse componist van vooral filmmuziek Zbigniew Preisner schreef deze rouwmuziek in 1996 als een laatste eerbetoon aan zijn vriend Krzysztof Kieslowski, de grote filmregisseur, die op 53 jarige leeftijd overleed. Preisner had veel muziek geschreven voor films van Kieslowski, zoals de trilogie Trois Couleurs Bleu, Blanc et Rouge en voor Dekalog. De wereldberoemde films werden overladen met festivalprijzen en Preisner kreeg internationale erkenning als componist. Sommigen vonden zijn filmmuziek zelfs nog indrukwekkender dan de filmbeelden.

Een grootse daad om een ‘Requiem for my friend’ te componeren. Je ervaart in deze muziek de intense vriendschap tussen de twee kunstenaars. En je voelt het smartelijke verdriet van Preisner over de dood van zijn kunstbroeder.
Zelden heb ik zulke droevige muziek gehoord. Sommige componisten proberen ons met hun Requiems nog wat hoop of verlichting of troost te geven door te verwijzen naar het hemelse perspectief. Preisner troost niet: hij huilt om zijn geliefde vriend.
Anderen halen sentimentele muzikale trucs uit, en dat zijn echt niet alleen de componisten in het Mieke Telkamp-genre, door bijvoorbeeld een vioolorkest in mineur te zetten onder een tekst vol gemeenplaatsen. Preisner vlucht niet: hij schreef een zwaarmoedige klaagzang.

‘Requiem for my friend’ ademt intieme spiritualiteit. Af en toe herinnert de muziek, met orgel en sopraanstem of met saxofoon en een klein koor, aan het Gregoriaans. Het is ook een soort minimal music, die doet denken aan die andere grote hedendaagse (onlangs overleden) Poolse componist, Henryk Gorecki. Het is muziek die beelden oproept van licht en natuur, van verstilde landschappen en grazige weiden. Maar nooit kitscherig. De sfeer blijft ernstig en droevig.

Er zijn blijkbaar veel mensen die beeldende associaties kregen bij deze muziek. Als je op You Tube ‘Requiem for my friend’ in typt, kom je terecht bij filmpjes van mensen die zich hebben laten inspireren door Preisner's uitvaartmuziek.
Preisners Requiem volgt de traditionele opbouw, met o.a. het Kyrie, strofen uit het Dies Irae, Sanctus, Lux Aeterna en Lacrimosa. Vooral het lied ‘Lacrimosa’ is in combinatie met de videobeelden huiveringwekkend. Elke keer krijg ik kippenvel als ik de hoge ijle sopraanstem hoor, dan de violen die zich daar prachtig mee mengen, het orgel en tenslotte het mannenkoor.
Na ruim een half uur, lekker kort dus voor een requiem, geschikt voor een intieme uitvaart, gebeurt er iets verrassends. Zonder pauze krijgen we het tweede deel van de compositie te horen: ‘Life’. Na de droefenis blikt de componist in vier delen terug op het leven: van geboorte tot dood. Nog steeds geen muziek waar je heel vrolijk van wordt, maar toch lichtvoetiger dan het requiem.
Complexe muziek, geen hapklare deunen. Het leven ís nou eenmaal complex en vol onzekerheid, lijkt de boodschap van Preisner te zijn. Het lied ‘Kai Kairos’, gezongen in het Grieks, gaat over de (schijnbare) tegenstrijdigheden: leven en dood, lachen en huilen, rouwen en dansen, verval en opbouw.
‘Life’ eindigt met een variatie op ‘Lacrimosa’ uit het Requiem, gevolgd door een in het Pools gezongen gebed om hoop en geloof in de toekomst. Het deed mij denken aan de tekst van het volkslied van Polen, het land met misschien wel de meest dramatische geschiedenis in Europa: 'Jeszcze Polska nie zginela', 'Nog is Polen niet verloren'.

Soms zou ik de congressen en conferenties die ik voorzit even stil willen leggen. Dan zou ik de zaal willen vragen: wat is nu de essentie, waar zijn we mee bezig? En dan zou ik met elkaar een paar minuten willen luisteren naar het Lacrimosa van Preisner. 




maandag 16 januari 2012

SHARIAWETTEN VOOR JONGETJES


Ook dit jaar weer tientallen vingers, handen, onderarmen, oren, veel ogen en een enkele neus. Je zou bijna denken dat de Shariawetten in Nederland op grote schaal zijn uitgevoerd. Maar het was de voorspelbare schade van een vreugdevolle oudejaarsnacht.
Het was ook geen kwestie van effectief Nederlands snelrecht. Het waren Gods voorspelbare en onmiddellijke straffen voor roekeloze jongetjes, de groepsgewijs rondtrekkende testosteronbommetjes van 14 en 15 jaar, aangemoedigd door gilletjes van schaapachtige meisjes.
Binnenkort worden de afgerukte ledematen en holle oogkassen weer gefotografeerd als afschrikking voor de jongetjes van nu nog 12 en 13 jaar. Maar dat zal bij de jaarwisseling naar 2013 geen effect hebben. Wat helpt wel?

Mijn zoon Joris is acteur. Hij speelt momenteel in de prachtige en bekroonde voorstelling “Woeste Hoogten” van theatergroep Artemis. Ze spelen het stuk in theaters in Nederland en België, en eind januari zelfs op Broadway in New York tijdens een internationaal jeugdtheaterfestival.
Ze spelen het stuk soms ook voor scholieren, waaronder jongetjes van 14 en 15, in het (verplichte) kader van Culturele en Kunstzinnige Vorming. Voor Vlaamse jongeren gaat dat eigenlijk altijd goed, in Nederland is het vaak een ramp.
De acteurs hebben eigenlijk maar één antwoord op een rumoerige zaal: met driedubbele energie en intense overtuiging spelen en doorspelen. Op die manier weten ze bijna elke zaal te winnen.
Maar een paar weken geleden, op een van de laatste dagen voor de kerstvakantie, lukte het niet.  De meisjes en vooral de jongetjes waren niet te bedaren. Luidruchtig gekuch, doorlopend gebabbel en gehinnik; ‘fuck die bitch’ en ‘lekkere tieten’ tijdens een liefdesscène; treiterend geklap als een acteur het podium verliet; holle boeren en scheten toen een acteur een fles whisky aan zijn mond zette; gesis en boe-geroep dwars door dialogen heen; honende schaterlachen bij een subtiel grapje.
De laatste tien minuten bleef het wat rustiger. Ook onbeschofte pubers worden moe. De acteurs waren bekaf en dropen na het verplichte applausje het toneel af.

Na afloop, in het theatercafé, hoorde Joris dat een van de docenten de jongeren complimenteerde: “Jullie hebben het prima gedaan, jongens! Aandachtig tot het eind.”, kwijlde de opportunist.
Joris keek de docent aan en articuleerde zoals een acteur betaamt: “Wat ben jij een lul”. En hij bedacht de afschrikwekkendste Shariawetten, niet voor jongetjes maar voor laffe leraren.


maandag 9 januari 2012

TOLBERT

Jammer dat het voorbij is...

Tolbert, het dorp waar we vijftien jaar in de voormalige pastorie hebben gewoond, waar onze kinderen door weer en altijd tegenwind naar de basisschool fietsten, het gastvrije dorp waar we onze eerste banen in het Noorden kregen, waar we 's zomers uitbundige feesten vierden in de grote pastorietuin, waar we in de winter via het Hoofddiep naar het Leekster meer schaatsten. Bijna zo'n dorp zoals Wim Sonneveld bezong.
Ook het dorp waar de jeugd ons tijdens onze eerste Oudejaarsavond letterlijk een vuurproef afnam met een helse kerstbomenverbranding voor de deur en een angstaanjagend vuurwerkbombardement. Het dorp waar ik gevraagd werd, al was ik geen echte autochtoon, om op nationale feestdagen de vlag uit te hangen hoog in de toren van de Middeleeuwse kerk. Tolbert, 't Olde Bert, Gronings voor de Oude Buurt.
Tolbert, dat in 1984 voor het laatst landelijk in het nieuws kwam, toen 'Jumping Jack' Middelburg een dodelijke smak maakte in het stratencircuit van de CC-motorraces, haalde vorige week  na 28 jaar bescheidenheid eindelijk weer de voorpagina's: de dijk langs de Tolberter Petten en de Matsloot dreigde te bezwijken. De Petten: een moeras dat pas in de jaren '20 van de vorige eeuw 'droog'gelegd was.  Buurtschappen met schitterende namen als 't Kret, de Jammer en Pasop zouden blank komen te staan.
Tolbert, waar de boeren in het gebied weigerden te vertrekken. Niet omdat het zulke spreekwoordelijke Groningse stijfkoppen waren, zoals kortzichtige Randstedelijke media veronderstelden.  Neen, omdat het verstandige mensen waren die hun vee niet in de steek wilden laten voor een onbekend aantal centimeters water. Waar waren die autoriteiten trouwens? De dijkgraaf van het waterschap? Mij niet opgevallen. De burgemeester van Leek, waar Tolbert onder valt? Weinig van gehoord op radio of tv. Alleen Peter Rehwinkel, burgemeester van Groningen, voorzitter van de veiligheidsregio (nooit eerder over gehoord), was in beeld. Maar ook hij kreeg het niet voor elkaar om de mensen hun boerderijen en huizen uit te krijgen.

Helaas, ik woon al jaren niet meer in Tolbert. De kerk en de pastorie in 't Olde Bert, hoog gelegen op een zandrug, bleven veilig voor het water. Wat had ik graag de klokken in de oude toren geluid om iedereen van Lettelbert tot Boerakker en van Diepswal tot Enumatil te waarschuwen en uit te nodigen naar het oude dorp te komen, naar het Oalerliek Dörp. Wat had ik, als zelfbenoemd voorzitter van Veilig Tolbert, graag de vlag uitgehangen ten teken dat alles weer veilig was. Jammer dat het voorbij is...
Mijn Groningse lijfspreuk staat meer dan ooit als een paal boven water: een wijde blik verruimt het denken!

dinsdag 3 januari 2012

REQUIEM

Vorig jaar ben ik gestart met een serie artikelen in De Gazet, de nieuwsbrief voor vrijwilligers van Hospice Het Gasthuis in Groningen. Ik schrijf elke keer over een ander Requiem, de gezongen kerkmuziek van de uitvaartdienst in de Katholieke Kerk.
Het requiem heeft niets met De Voorzitters te maken. We zijn geenszins van plan om onze mooie onderneming ten grave te dragen, al zit het economische tij op dit moment niet zo mee.
Mijn (vrijwilligers)werk in Hospice Het Gasthuis heeft mij geïnspireerd om over het Requiem te schrijven. Op mijn LinkedIn profiel vertel  ik beknopt iets over dat werk: " Ik probeer daar van zinvolle betekenis te zijn voor stervende mensen. Dat vraagt geduld en bescheidenheid, niet mijn sterkste kanten... Dus ik leer daar veel".
In een blog van vorig jaar schreef ik: "Ik zie mezelf als één mens. In ben altijd mezelf, in de zin van: ik ben nooit iemand anders. Maar ik bekleed wel rollen. Die zijn soms heel verschillend, maar ze beïnvloeden elkaar allemaal. Als voorzitter neem ik mijn ervaringen als acteur mee, als vrijwilliger mijn ervaringen in de zorg voor verstandelijk gehandicapten, als vader neem ik mijn politieke visie mee, als vaste bezoeker van het klooster van Chevetogne in de Ardennen heb ik profijt van mijn kennis van het enneagram".
In deze blog een paar citaten uit het eerste artikel in de Gazet.
Dankzij mijn opa ben ik vanaf mijn jongste jeugd gefascineerd door het Requiem. Mijn opa, banketbakker van beroep, had een prachtige stem. Hij zong bariton, maar hij haalde ook de meeste tenorpartijen. Tegenwoordig zouden we zeggen dat hij freelance koorzanger was. Na zijn pensionering was hij, samen met een paar andere heren, in te huren voor gezongen rouw- en trouwdiensten in de Katholieke parochiekerken van Utrecht. Op doordeweekse dagen konden die parochies hun eigen kerkkoor niet op de been brengen. Mijn opa en zijn maten speelden daar handig op in..
Zijn ondernemingslust en zijn muzikaliteit, hij zong door tot op z'n 90e, heb ik blijkbaar van hem. Ik richtte De Voorzitters op, hij De Voorzangers.
Ik heb mijn opa vaak horen zingen in mijn eigen parochiekerk aan de Biltstraat, waar ik misdienaar was. Op doordeweekse ochtenden mocht ik regelmatig verzuimen van school vanwege assistentie bij rouw- en trouwdiensten. Dubbel feest: niet naar school én samen met opa een plechtigheid opluisteren. Rouwdiensten vond ik prachtig. Mijn opa en zijn koortje zongen dan een plechtige Requiemmis, met als hoogtepunt het Dies Irae met z'n lugubere tekst. Pas halverwege de jaren 60, toen het Kerklatijn vertaald werd in plechtstatig Nederlands, drong de gruwelijke tekst tot ons door. Maar mijn opa trok zich daar weinig van aan. Hij bleef uit volle borst over hel en verdoemenis zingen tot zijn eigen dood er bijna op volgde.
Ik ben van plan om in de komende blogs vaker te citeren uit deze artikelen. Veel componisten hebben Requiems geschreven. Zeer boeiende muziekliteratuur. Ik vind het een grote kunst om bij een uitvaart, een zeer serieuze aangelegenheid, muziek als een contrapunt toe te voegen. Troostend en soms droevig, maar ook aangenaam en zelfs lichtvoetig. Ik realiseer me dat ik in mijn werk als Voorzitter die tegenstelling ook vaak opzoek. Want ik vind dat je een serieus onderwerp nooit somber en saai moet presenteren.

woensdag 2 februari 2011

LICHTVOETIGE ONDERTOON BIJ ELK CONGRES: BACH!

Een tijd geleden hebben we als De Voorzitters een klein symposium geleid ter gelegenheid van de opening van het eerste CVA-café in de provincie. Een CVA is een Cerebraal Vasculair Accident ofwel een hersenbloeding. Het CVA-café is een plek waar mensen die een hersenbloeding of een tia hebben gehad elkaar in alle rust kunnen ontmoeten. Het café is ook bedoeld voor familie en vrienden van deze mensen. Kortom: een unieke plek voor lotgenoten. Geen plek om te somberen, maar om elkaar op te beuren.
De opening van het café was een serieuze én feestelijke zaak. Onze opdracht was dan ook om deze belangrijke bijeenkomst op lichtvoetige wijze voor te zitten.
Toen we ons verdiepten in de vaklitteratuur en alle websites over CVA, ontdekten we dat er veel proza en poëzie over het onderwerp was verschenen: van Max Pam en Bernlef, Jan Hein Donner en Simenon, Rutger Kopland en Oliver Sacks en veel anderen. Emotionele, prikkelende, vrolijke, tot nadenken stemmende, soms hilarische maar ook wel eens sarcastische, verrassende verhalen en gedichten over hersenbloeding en tia...
Opeens hadden we de vorm voor het symposium: we besloten om als litteraire obers de opening van het café te begeleiden. De sprekers werden ingeleid met korte litteraire fragmenten, afgewisseld met Bach.
Bach??? Die zware en trage Johann Sebastian? Jazeker, díe Bach!
Rond de litteraire fragmenten lieten we de twee- en driestemmige Inventionen en Partita's horen van de briljante CD van violiste Janine Jansen. Emotionele, prikkelende, vrolijke, tot nadenken stemmende, soms hilarische maar ook wel eens sarcastische en altijd verrassende muzikale pareltjes. Niet langer dan één tot anderhalve minuut.
De ruim honderd aanwezigen vonden het prachtig, de inleiders voelden zich geïnspireerd, de sfeer was ontspannen.
Ik dacht terug aan dit symposium toen iemand mij laatst zei dat ze klassieke muziek afschuwelijk vond. Haar enige associatie met Bach was rouw, uitvaartmuziek, trage treurigheid. Jammer...
Als er iemand is die een serieus thema van een lichtvoetige ondertoon kan voorzien is het Johann Sebastian. Als Voorzitters zou ik Bach bij elk congres en symposium willen inzetten. Desnoods bij elke uitvaart.

woensdag 5 januari 2011

JORIS, zoon van bartho, SPEELT IN 'DENNENDAL' DE WORSTELING VAN JORIS

Anderhalf jaar geleden schreef mijn zoon Joris (29), acteur bij o.a. het Noord Nederlands Toneel, een stuk over een periode in mijn leven die hem sterk fascineerde: mijn werk in de jaren '70 in de toen roemruchte instelling voor zwakzinnigenzorg 'Dennendal' in Den Dolder bij Utrecht. Hij gaf mij vervolgens een rol in zijn (mijn) voorstelling. Als productie van het NNT hebben we inmiddels door het hele land voorstellingen gespeeld in theaters, op festivals en zelfs in drie zorginstellingen.
Half december speelden we in Theater Kleintje Kolk in Assen. We kregen van een van de bezoekers, Christelle Chamuleau, een prachtige reactie. Een paar citaten uit haar scherpe analyse:
"Joris Smit speelt de worsteling van Joris, zoon van Bartho, die in de jaren 70 van de vorige eeuw met idealen en vernieuwingen het leven van zwakzinnigen op Dennendal wilde vermenselijken. Dat liep uit op een regelrechte rel, waar toentertijd de kranten bol van stonden. Joris laat zien dat iedereen iets nodig heeft om voor te strijden, om voor te leven. Iets wat het leven de moeite waard maakt, iets waarvoor je je bed uit komt. Waar kan je hem en zijn generatie nog voor wakker maken, vraagt Joris zich af. Ze hebben alles, ze hoeven nergens moeite voor te doen, ze hebben geen ideeën en geen idealen meer nodig om iets te bereiken.
Ook vader Bartho is het product van zijn tijd. Een wollen colbertje met elleboogstukken, coltrui en corduroybroek. Een rustige man die spreekt in goed overwogen filosofische zinnen, die intens van zijn zoon houdt. Joris is het tegendeel: jong, onrustig, korte en snelle one-liners, boos en wanhopig. Joris heeft het nodig om een regelrechte rel met zijn vader uit te lokken om zijn identiteit te vormen. Hij doet zijn stinkende best. Maar hoe kan je nou vechten tegen een vader die je boosheid beantwoordt met 'Ik hou van je, lieverd'. Weer alle munitie uit je handen geslagen.
De enorme verwarring van deze angry young man heeft Joris Smit doorgevoerd in de vorm van een voorstelling. Wie is eigenlijk wie en wie is eigenlijk aan het woord? En is de acteur Joris Smit dezelfde als zoon Smit? En waarom doet Bartho Smit mee als hij toch niets mag zeggen; omdat hij geen acteur is of omdat hij de vader van Joris is of omdat ze elkaar niet kunnen loslaten?
De toeschouwer blijft in verwarring achter. Dat is precies hoe Joris zich voelt. Een indringende ervaring. Tenslotte gaan vader en zoon een biertje drinken. Een oplossing van mannen om de afstand te overbruggen en de strijdbijl te begraven. De eigen identiteit ligt ernaast".
We spelen 'Dennendal' nog op 13-01 in Leeuwarden, op 21-01 in Haarlem, op 13-02 in Wehe den Horn, op 20-02 in Veendam en op 23-02 in Meppel. Daarna, aan het eind van de toer, misschien nog één keer in de Machinefabriek in Groningen, het theater van het NNT. Nadere informatie over de theaters en de tijden op www.nnt.nl/Dennendal.